31
Dez
2016

Zondag 1 januari: Numeri 6, 22-27 en Lucas 2,21-32: heil en zegen

Het jaar 2017 begint met een zondag. En eindigt daar trouwens ook mee. Wat dat voor het aantal kerkbezoekers betekent moet ik nog zien, maar de teksten die we lezen zijn heel passend: het gaat over heil en zegen. Want, wat het heil betreft: 1 januari is de achtste dag na kerst en dat betekent naamgeving van Jezus. Die naam heeft altijd iets van heil in zich, hoe je het ook wil vertalen: bevrijder, heelmaker, heiland. En de zegen, daar lezen we over in Numeri 6. Een oer-zegen, een tekst met een, zeg maar, hoog soortelijk gewicht. Beide lezingen zijn verbonden met een naam: Jezus ontvangt zijn naam, waarmee hij gekend zal worden voortaan. En de zegen in Numeri is een manier van "de Naam op de mensen leggen". De zegen heeft het over het aangezicht van God. Dat gaat met ons mee, is het beeld. Wij worden vriendelijk aangekeken door God op onze weg het nieuwe jaar in. Op die zegen met name zal ik me richten op 1 januari. Dat we in 2017 de zegen op ons levenspad zullen kunnen vinden!

23
Dez
2016

kerst 2016 * Lucas 2, 1-20: de geboorte van het kind

Over het kerstgebeuren kun je veel zeggen, en dat doen we ook ieder jaar weer natuurlijk. Maar beter kun je er over zingen, daar leent het zich meer voor. Het is iets dat van God naar de wereld toe komt, we hoeven het niet te maken, we hoeven alleen ons eigen plekje in te nemen in een viering die overal aan de gang is, op heel veel plaatsen op de wereld. Uitleg is niet mijn doel bij de grote kerkelijke feesten. Er zijn twee kerkdiensten in het Kruispunt met kerst, met verschillende stijlen. In de kerstnachtdienst is het koor "Rejoice" mede van de partij. In de kerstmorgendienst, een dienst voor jong en oud, hebben kinderen een hoofdrol: een kerstspel. Wat is dan wel mijn eigen rol? In de kerstnachtdienst zal ik proberen aan de hand van een schilderij de vraag wakker te roepen wat nou de kern van het kersttafereel is, de essentie. In de kerstmorgendienst ben ik pas na de kinderen aan het woord, en is mijn boodschap kort. Welkom in de kerkdiensten!

16
Dez
2016

zondag 18 december * 4 advent * Mt 1,18-25 en Jes 7, 10-17 zwangerschap en God met ons

Dit jaar zit er nog een hele week tussen vier advent en kerst. Dat komt niet zo vaak voor. De vierde advent staat al wel in het teken van het kind dat we verwachten. In andere leesroosters is Mt 1, 18-25 de tekst voor de kerstnacht. De teksten hebben een link: de Jesaja-lezing bevat de tekst die in Matteus wordt geciteerd. Dan lijkt het alsof Jesaja Jezus al zag aankomen, over zeven eeuwen heen. Maar de Jesaja-tekst heeft een concrete vrouw voor ogen (van de profeet? van de koning?) en is een teken voor de bange koning Achaz dat de dreiging van beperkte duur zal zijn; voordat de jongen opgroeit zijn je vijanden er niet meer. Dan speelt er bij dit vers nog een vertaalkwestie: de Jesaja-tekst doelt op de leeftijd van de vrouw en niet op haar maagdelijkheid. Maar in de vertalingen werd "jonge vrouw" "jonkvrouw" en "maagd". Veel uitlegwerk dus, maar die kant wil ik niet op. Want het gaat in beide teksten om het "immanuel", om God met ons. En of het zowel Jozef als ook Achaz zal lukken om dat tot zich door te laten dringen. Of de verwachting kan landen in hun situatie van verwarring. En dat is dan misschien ook de vraag voor ons: verwachting hebben in verwarrende tijden, lukt ons dat?

2
Dez
2016

zondag 4 december, 2 advent: Johannes de Doper, Mt 3, 1-12

"Keer om!" is de boodschap van Johannes de Doper. Bij dat woord moet ik vaak denken aan de autosnelwegen in Oostduitsland uit de tijd van vóór de "Wende". Als je daar tot de ontdekking kwam dat je een afslag had gemist, kon je vaak nog - wel goed opletten ! - naar links door de middenberm en dan op de linkerbaan van de tegenovergestelde richting weer invoegen. Mocht niet, kon wel. Velen deden dat, getuige de autosporen in de berm. Dat gaat al lang niet meer. Nu is er een middenberm met vangrail, nu zit je net als overal in Europa vast aan de richting die je eenmaal bent ingeslagen. Johannes de Doper is iemand die niet vast zit. Aan geen enkele richting, aan geen enkele keuze. De tekst beschrijft hem als een man uit de woestijn die sprinkhanen eet en van niemand afhankelijk is. Hij hoeft niemand naar de mond te praten, hij hoeft geen enkele concessie te doen. Een profeet in zijn puurste verschijning. Van hem krijg je zuivere en onvervalste boodschappen te horen. Het is de bedoeling van de schrijver dat we aan Elia denken, die ook hetzelfde signalement krijgt: jas van kameelhaar en een leren riem om zijn middel. Ik denk dus ook dat "Johannes de profeet" en beter opschrift zou zijn dan "Johannes de Doper". Hier, op de grens tussen Oude en Nieuwe Testament, staat dus het inbegrip van een profeet. Van deze man van onvervalste zuiverheid moeten we zelf ook zuiver worden in onze keuzes. Aan welke eenmaal ingeslagen richtingen zitten we vast, hoeveel dingen doen we waar we niet onderuit kunnen, maar die niet horen bij hoe we willen leven? Omkeren dan! Anders doen! Zodat we passen bij God die de mensenwereld opzoekt.

25
Nov
2016

zondag 27 november * 1 advent * Jesaja 2, 1-5: zwaarden tot ploegscharen

Zwaarden omsmeden tot ploegscharen! Een mooi beeld, een geweldig visioen! Het beeld staat voor het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York, gegeven door het destijds nog communistische Rusland. Het beeld sierde ook, in de vorm van een sticker, veel fietsen en schooltassen in de DDR, het was het kenmerk van de vredesbeweging en later van het verzet daar. Het zal wel altijd een ideaal blijven, een wensdroom, beter gezegd misschien: een visioen. Want het is het woord dat Jesaja gezien (niet: gehoord - de Nieuwe Bijbelvertaling heeft het hier wat "glad-vertaald") heeft, zo is de inleiding. Het was ook toen niet meer dan een visioen, het is een tijd van oorlogen waarin de profeet optreedt. Het lijkt me goed om er op te letten dat de 'richting' waarin de tekst ons stuurt, niet is dat alle zwaarden ploegscharen (moeten) worden, maar dat er lessen geleerd moeten worden, het gaat er om dat we wat leren. De volken komen naar de berg om lessen te leren. Net als de mensen die in het Matteus-evangelie naar de bergrede van Jezus luisterden, ook geen makkelijke lessen, ook een visioen, maar wel een met een inspirerende zeggingskracht.

18
Nov
2016

zondag 20 november * Genesis 50, 22-26: het sterven van Jozef

We lezen de laatste verzen van het boek Genesis. Jozef sterft, wordt gebalsemd en wordt, zo vertaalt de NBV, in een sarcofaag gelegd, in Egypte. Bij die woorden moet ik denken aan een Tentoonstelling over stervensrituelen van Egzpte waar ik jaren geleden ben geweest. Verrassend genoeg blijkt na zoveel jaren de bijbehorende website nog steeds te bestaan. Ik was onder de indruk van de 4000 jaar oude technieken en rituelen bij het balsemen. En gisteravond hebben wij met een groep maar de film "Departures" gekeken. Japans, maar ook met een enorm indrukwekkende liefde voor rituelen rond het dode lichaam. De dood en de gestorvenen, zij hebben hun plaats in de dienst zondag, wij gedenken de gestorvenen van het afgelopen kerkjaar. "Sarcofaag" is overigens niet de enig mogelijke vertaling van het hebreeuwse woord hier, er staat het woord dat elders met "kist" wordt vertaald, en in "verbondskist" zit en ook het biezen mandje op de Nijl aanduidt, en ook de "ark" van Noach. Egypte is, zeg maar, het eerste en het laatste woord van ons tekstgedeelte. Maar Jozef, die zijn hele leven in Egypte heeft doorgebracht, wil dus juist niet in Egypte de laatste rustplaats vinden; zijn lichaam zal op Egyptische manier gebalsemd zijn (70 dagen duurde dat), maar uiteindelijk wil hij dat zijn stoffelijk overschot meegenomen wordt naar het land van belofte, dat ook zijn thuisland is. Sterven en thuis zijn, dat heeft met elkaar te maken. We willen dat ons lichaam ergens komt waar het "hoort", waar het thuis is. En wij zeggen dat God ons uiteindelijk thuis zal brengen. Misschien, dat is gelovig gedachtenspel, zijn we bij God wel meer thuis dan we ooit in een bewogen leven geweest kunnen zijn.

22
Okt
2016

zondag 23 oktober * Genesis 39: Jozef en de verleiding door een vrouw

In het boek Genesis wordt gaandeweg de afstand tussen God en mens groter. Aan het begin is er nog de directe rede: God spreekt met Noach, Abraham, Izaak alsof ze naast elkaar staan. Bij Jakob wordt het anders: God is niet meer direct face-to-face aanwezig maar spreekt via dromen of er is een engel. Bij Jozef is er nog meer verwijdering: God spreekt door en in de gebeurtenissen en in het handelen van mensen. Dat maakt het ook een stuk lastiger om de stem van God te herkennen. Dat lijkt ook in deze passage aan de orde te zijn. De Eeuwige is niet zomaar in beeld, maar lijkt toch het verhaal van Jozef vast te houden, zodat het de goede kant opgaat.
Jozef wordt ons getekend als een rechtvaardige. De zegen van de Eeuwige is met hem, en eigenlijk ook rondom hem: dankzij Jozef merken andere mensen iets van de zegen van God. Dat is, denk ik, de bange vraag die door de Jozefsverhalen loopt: zal hij, nu hij in heidense omgeving is belandt, en alle dingen tegenstaan, zijn roeping trouw blijven? Of zal hij zich verliezen in de aantrekkelijke en verleidelijke kanten van het heidendom?
Het verhaal van Genesis 39 laat ons Jozef zien als een die de erotische verleidingen van de vrouw van Potifar weet te weerstaan, ook als het hem zijn status kost.
Bij die erotische verleidingen en de reactie van Jozef zijn, ook door de rabbijnen, heel wat kanttekeningen gemaakt. Dat maakt het verhaal tot een pikant en smeuïg geheel, waar van alles over te vertellen is. Ik moet er voor oppassen dat het om betrouwbaarheid blijft gaan: wie geven wij ons vertrouwen, wat maakt ons tot betrouwbare mensen, die - net als Jozef - zegen van de Eeuwige om zich heen verspreiden?
Er is in de afgelopen week ook geschilderd bij dit bijbelverhaal door een aantal mensen uit de gemeente.

6
Okt
2016

zondag 9 oktober * Genesis 32, 23-33 Jakob's nachtelijk gevecht aan de Jabboq

Het woord "zegen" heeft voor ons niet meer de betekenis, die het had voor de mens van de bijbel. Maar op de een of andere manier kunnen wij ook niet goed leven zonder de een of andere vorm van goedkeuring van ons voorgeslacht. Niet in de zin dat je het zo moet doen als de ouden. Maar een basaal gevoel van er te mogen zijn, te mogen leven, te mogen experimenteren, de levensweg te mogen gaan. Het hele levensverhaal van Jakob draait om het woord "zegen". Hij heeft het moeilijk met de zegen. Kan niet zonder de zegen en kan ook niet met de zegen verder die hij heeft. Die heeft hij namelijk geroofd van Esau, zijn blinde vader heeft hij bedrogen, daarna zijn oom, en na elk bedrog moet hij vluchten, en nu, na twintig jaar, komt dit wat hem zijn leven lang achtervolgt, in één samengebald moment bijeen: hij gaat zijn broer ontmoeten. Je zou zeggen: dat is iets voor "Het familiediner" van de EO. Maar het lijkt me er eigenlijk nog te heftig voor. Want morele schuld verjaart niet. Je kunt niet zomaar aan tafel gaan zitten. Jakob zal eerst een ander mens moeten worden. Dat is wat hier beschreven wordt. Een duister figuur vecht met Jakob bij de rivier. Is het zijn schaduwkant? Een engel? Vijf keer in dit stuk treffen we op het woord "overgaan". Jakob moet een grens over, die hij tot nu toe gemeden heeft. Hij brengt het er niet zonder sporen van af. Maar hij komt wel als een ander mens uit het gevecht. En als u verderleest, blijkt hij ook nog een totaal verkeerd beeld van zijn broer te hebben, onderdeel van zijn leven-uit-wantrouwen, en blijkt hij "Het Familiediner" helemaal niet nodig te hebben...
logo

weblog van JHK

Archiv

Januar 2017
Mo
Di
Mi
Do
Fr
Sa
So
 
 
 
 
 
 
 1 
 2 
 3 
 4 
 5 
 6 
 7 
 8 
 9 
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
 
 
 
 
 
 
 
 

Links

User Status

Du bist nicht angemeldet.

Suche

 

Status

Online seit 1734 Tagen
Zuletzt aktualisiert: 31. Dez, 12:14

Credits

vi knallgrau GmbH

powered by Antville powered by Helma

twoday.net AGB


Profil
Abmelden
Weblog abonnieren